De Slikken van de Heen bestaan uit voormalige zandplaten, slikken en schorren. Grote grazers zorgen voor een open en gevarieerd landschap.

Slikken van de Heen

De Slikken van de Heen bestaan uit voormalige zandplaten, slikken en schorren. Door het afsluiten van de Philipsdam in 1987 zijn de gebieden drooggevallen en ontzilt (het zoete regenwater spoelde alle zout uit de bodem). Het gebied is nog steeds sterk in ontwikkeling. Het bestaat uit een parkachtig landschap, waarin bosschages en open gedeelten elkaar afwisselen. De variatie wordt bevorderd door begrazing met runderen en wilde paarden: rode geuzen, wisenten en koniks.

Beheer

De Slikken van de Heen was voor de aanleg van de deltawerken een zilt getijdenlandschap; nu is het een prachtige wildernis met zoet water. De bodem, een oude zeebodem, is behoorlijk voedselrijk. De laatste tien jaar is het gebied verruigd: dichtgegroeid met planten als duinriet en adelaarsvaren. Ook woekerende exoten als de reuzenberenklauw, dijkviltbraam en late guldenroede nemen momenteel rap toe. Hierdoor staan soortenrijke graslandvegetaties onder druk en neemt de openheid van het gebied af.

Er liepen in vorige jaren enkele koniks en hooglanders jaarrond, aangevuld met seizoensbegrazing van runderen van agrariërs uit de buurt. Deze begrazing had niet het gewenste effect, mede omdat er te weinig dieren liepen. Daarnaast kwamen er via het gangbare vee ook ontwormingsmiddelen in het gebied, met een negatief effect op insecten, paddenstoelen en bodemleven. Reden om over te schakelen op een natuurlijker begrazing met meerdere soorten.

Naast deze runderen loopt er al zes jaar een natuurlijke kudde koniks rond, die naar tevredenheid het duinriet aanpakken, waardoor deze vervilte grasvlaktes nu opener en bloemrijker worden. Het Zeeuwse Landschap verwacht dat de nieuwe mix van grazers, elk met hun eigen graasgedrag en voorkeuren, het landschap halfopen kunnen houden. In zo’n halfopen landschap vinden veel verschillende planten-en diersoorten een plek: er is meer ruimte voor bloemen, die weer nectar leveren voor insecten en zaden voor vogels. Grazers helpen mee om deze zaden te verspreiden. Ze hangen in hun vacht, of worden onverteerd uitgepoept en kunnen dan met wat extra mest kiemen en opgroeien. Wisenten nemen graag zandbaden om hun vacht te verzorgen. De kale plekken die zo ontstaan zijn van belang voor pioniersplanten en warmteminnende insecten.
Het Zeeuwse Landschap hoopt daarnaast, door dit gebied beschikbaar te stellen, een bijdrage te leveren aan de instandhouding van de wisent.

WAT IS NATUURLIJKE BEGRAZING
Bij natuurlijke begrazing leven de dieren in groepsverband, in sociale kuddes. Verschillende leeftijden en familieverbanden komen voor. Dit is anders dan bij boerenvee, waarbij een groep dieren vaak van één geslacht en leeftijd is, en in de winter op stal gaan. In sociale kuddes worden de jonge dieren opgevoed door de oudere en leren ze het juiste voedsel te vinden, door de seizoenen heen. Natuurlijke begrazing levert een hogere natuurwaarde op, en daarmee blijft het gebied ook voor de bezoeker afwisselend en interessant. We hopen dan ook dat onze bezoekers ook deze nieuwe bijzondere dieren gaan waarderen.

WAAROM DRIE SOORTEN GRAZERS
Elke grazer heeft zijn voorkeur qua eten, en ze vullen elkaar aan:
- de rode geuzen eten graag jonge takjes van struiken en bomen
- wisenten eten meer bast van grote takken en de stammen
- konikpaarden grazen de vegetatie korter af dan runderen, en lusten wel duinriet, wat runderen niet eten.
- wisenten en runderen eten van reuzenberenklauw en dijkviltbraam, wat paarden nauwelijks eten.
- Van wisenten is bekend dat ze veelvuldig nieuwe zandbaden aanleggen en dit soort plekken zijn van groot belang voor allerlei insecten en pioniersplanten.
- De stieren in natuurlijke kuddes runderen maken stierenkuilen tijdens de bronst. Ook deze kuilen dragen bij aan de biodiversiteit.

De combinatie van deze drie soorten grazers leidt dus tot de meeste variatie, en pakt het gunstigste uit voor de natuur. Het is ook het meest natuurlijk: van oorsprong liepen er ook runderen, paarden en wisenten in dit deel van Europa.

Groei en bloei

Er komen veel broedvogels voor. Minder gewone soorten als de bruine kiekendief, de roodborsttapuit en het paapje broeden er, net als de ransuil en de grote bonte specht. In de winter is de slechtvalk bijna altijd aanwezig, naast grote concentraties van allerlei watervogels. Met enige regelmaat laat de zeearend zich hier zien en, wie weet, zal die hier ook gaan broeden. Ook leven er veel reeën. Die laten zich vrij gemakkelijk observeren, in tegenstelling tot de eveneens in het gebied levende vos.

 

Bezoeken

Door het gebied lopen twee fraaie wandelroutes, beiden circa 3 kilometer lang. Ze zijn gemarkeerd met blauwe en rode gekopte palen. Halverwege de rode route staat langs een voormalige getijdenkreek een vogelobservatiescherm. Aan de blauwe route staat een uitkijktoren. De routes starten vanaf het informatiebord, in de zuidwestpunt van het gebied. De routes zijn voor iedereen vrij toegankelijk; het lopen van de routes is door de ongelijkheid van het terrein niet overal even makkelijk.

Vanaf 17 februari 2020 lopen er wisenten in het gebied, eerst staan ze in een afgesloten wengebied. Wilt u de wisenten zien? Met een beetje geluk kunt u zien aan de rand van het wengebied, vanaf de blokkendam. Het wengebied zelf is niet toegankelijk.

Let op: in herfst en winter 2020 zal het gebied tijdelijk gesloten zijn voor publiek, zodat de wisenten het gebied kunnen verkennen. In deze periode zullen er wel begeleide excursies worden gegeven.

Pas op voor teken; controleer uzelf en huisgenoten na de wandeling!

Dit gebied is in alle jaargetijden prachtig!

Het zicht vanaf de uitkijktoren is de klim meer dan waard.

Adres

Campweg, 4675 Sint Philipsland

Stichting Het Zeeuwse Landschap

Stichting Het Zeeuwse Landschap beheert en beschermt waardevolle gebieden en historische pareltjes in Zeeland, bij elkaar bijna 10.000 ha. Geniet mee dankzij de vele wandelroutes, uitkijkpunten en excursies!

Ontwerp & realisatie: Nilsson

Privacyverklaring