Wat zijn vriesganzen
Ganzen die in Zeeland overwinteren worden vriesganzen genoemd. Ze trekken uit het hoge noorden zoals Scandinavië, Siberië en Groenland helemaal naar Nederland om hier te overwinteren. De naam is vroeger ontstaan doordat mensen dachten dat het zou gaan vriezen wanneer deze ganzen gezien werden. Op zich geen gekke gedachte omdat ze in de winter te zien zijn. Maar de tijd heeft uitgewezen dat dit niet helemaal het geval is.
Vriesganzen in Zeeland
In Zeeland komen vooral de kolgans, brandgans, rotgans, grauwe gans en toendrarietgans voor tijdens de wintermaanden. Grote groepen van duizenden ganzen tekenen het landschap in deze periode. Je ziet ze in grote aantallen op akkers en in natuurgebieden als de Yerseke Moer, Oude Veerseweg, Het Verdronken Land van Saeftinghe en Sint Laurense Weihoek. Ze eten in deze periode veel eiwit gras en akkers met restanten van mais en graan. Tussen februari en mei trekken ze weer in grote aantallen naar het hoge noorden om te broeden. Welke periode ze exact vertrekken is afhankelijk van de soort.
Kolgans
De kolgans dankt zijn naam aan de witte vlek (kol) boven de snavel en heeft kenmerkende zwarte strepen op de buik. Vanaf oktober komen er duizenden vanaf de toendra’s van Siberië naar Zeeland om te overwinteren. Topgebieden voor deze soort zijn de Yerseke Moer en de Sint Laurense Weihoek. Ze eten net als de brandgans, waar ze vaak mee optrekken, voornamelijk gras. Hun geluid is wat melodieuzer en hoger dan van de andere ganzensoorten. De kolgans trekt in de periode februari tot maart als één van de eerste vriesganssoorten weer terug naar het hoge noorden.
Brandgans
Dit kleine gansje met het witte gezicht was in het verleden een echte wintergast. Maar sinds 1988 broedt hij in Zeeland en zijn de aantallen toegenomen tot duizenden broedparen. In de winter worden ‘onze’ broedvogels aangevuld met vogels uit noordelijke streken en zijn ze in grote groepen op graslanden te vinden. Ze slapen gezamenlijk op het Veerse Meer en de Hooge Platen en de slaaptrek is dan ook erg spectaculair. Het geluid doet een beetje denken aan een blaffend hondje. In de periode april - mei trekken vogels die in het hoge noorden broeden weer weg.
Rotgans
De kleinste ganzensoorten en een buitenbeentje wat betreft voedselkeuze en leefomgeving. Rotganzen broeden op Nova Zembla en Spitsbergen en blijven het langst van alle ganzen in Zeeland. De eerste komen in september al aan en de laatste vertrekken pas in mei. Ze houden zich op in zoute milieus langs de oevers van de Ooster- en Westerschelde, waar ze zeegras en wieren eten. Ook doen ze zich vaak te goed aan wintertarwe. Hun geluid klinkt als “rot, rot”, vandaar de merkwaardige naam.
Grauwe gans
Deze eens zo zeldzame moerasvogel, landelijk in 1977 nog maar 150 paar, is nu een van de meest algemene ganzen in Zeeland. Ze broeden tegenwoordig zelfs in stedelijke omgeving. Dit is vanwege de veiligheid, want in de steden zitten nog geen vossen. Hun geluid is het klassieke gegak dat we allemaal kennen. In de winter zitten ze in grote groepen op akkers met oogstresten en slapen vaak in waterrijke gebieden met riet. De vogels die in het hoge noorden broeden trekken in de periode februari - maart weer terug. Maar veel vogels blijven hier om te broeden en verblijven vast in Nederland.
Toendrarietgans
De minst algemene van de hier genoemde ganzen. Ze broeden in Noordwest-Rusland en West-Siberië en komen vanaf half oktober naar ons land. Deze soort heeft de voorkeur voor akkers met oogstresten van bieten en mais. Ze zitten verspreid door de provincie in lage aantallen, vaak samen met kleine zwanen. Hun geluid is een beetje fagotachtig gakken. Rond februari trekt de Toendrarietgans weer terug naar het hoge noorden om te broeden.
Veelgestelde vragen over vriesganzen
Vriesganzen zijn ganzen die in de winter naar Nederland komen om te overwinteren. Ze komen vanuit het hoge noorden uit Scandinavië, Groenland of Siberië. Vroeger werd gedacht dat deze ganzen een voorbode waren voor vorst en vrieskou. Hier komt de term vriesgans vandaan.
Ganzen zijn overal te zien in de winter. Je ziet grote groepen ganzen op akkers en natuurgebieden zoals Yerseke Moer, Sint Laurense Weihoek en Het Verdronken Land van Saeftinghe.
Ganzen eten in de winter vooral eiwitrijke gras en oogstresten op landbouwgrond van graan en mais.