Marcel Klootwijk
Marcel Klootwijk
Ecoloog & medewerker communicatie en publiekszaken
Nederland, ganzenland! Ons land staat bekend om de grote hoeveelheden overwinterende ganzen. Ze komen uit het hoge noorden om zich hier te goed te doen aan het eiwitrijke gras en oogstresten van graan en mais. In Zeeland overwinteren ook grote aantallen, hieronder worden de meest voorkomende soorten besproken.
Kolganzen in sneeuw bij Oude Veerseweg in Zeeland

Wat zijn vriesganzen

Ganzen die in Zeeland overwinteren worden vriesganzen genoemd. Ze trekken uit het hoge noorden zoals Scandinavië, Siberië en Groenland helemaal naar Nederland om hier te overwinteren. De naam is vroeger ontstaan doordat mensen dachten dat het zou gaan vriezen wanneer deze ganzen gezien werden. Op zich geen gekke gedachte omdat ze in de winter te zien zijn. Maar de tijd heeft uitgewezen dat dit niet helemaal het geval is.

Kolgans

Kolgans

De kolgans dankt zijn naam aan de witte vlek (kol) boven de snavel en heeft kenmerkende zwarte strepen op de buik. Vanaf oktober komen er duizenden vanaf de toendra’s van Siberië naar Zeeland om te overwinteren. Topgebieden voor deze soort zijn de Yerseke Moer en de Sint Laurense Weihoek. Ze eten net als de brandgans, waar ze vaak mee optrekken, voornamelijk gras. Hun geluid is wat melodieuzer en hoger dan van de andere ganzensoorten. De kolgans trekt in de periode februari tot maart als één van de eerste vriesganssoorten weer terug naar het hoge noorden.

Rotgans op een dijk

Rotgans

De kleinste ganzensoorten en een buitenbeentje wat betreft voedselkeuze en leefomgeving. Rotganzen broeden op Nova Zembla en Spitsbergen en blijven het langst van alle ganzen in Zeeland. De eerste komen in september al aan en de laatste vertrekken pas in mei. Ze houden zich op in zoute milieus langs de oevers van de Ooster- en Westerschelde, waar ze zeegras en wieren eten. Ook doen ze zich vaak te goed aan wintertarwe. Hun geluid klinkt als “rot, rot”, vandaar de merkwaardige naam.

 

Toendrarietganzen in een weiland

Toendrarietgans

De minst algemene van de hier genoemde ganzen. Ze broeden in Noordwest-Rusland en West-Siberië en komen vanaf half oktober naar ons land. Deze soort heeft de voorkeur voor akkers met oogstresten van bieten en mais. Ze zitten verspreid door de provincie in lage aantallen, vaak samen met kleine zwanen. Hun geluid is een beetje fagotachtig gakken. Rond februari trekt de Toendrarietgans weer terug naar het hoge noorden om te broeden.

Marcel Klootwijk auteur, ecoloog, vogelaar in Zeeland

Over auteur Marcel Klootwijk

Dit artikel is geschreven door Marcel Klootwijk: ecoloog, natuurexpert en communicatiemedewerker bij Het Zeeuwse Landschap. Hij deelt zijn kennis over de Zeeuwse natuur graag met iedereen in blogs en als gids tijdens excursies.

Veelgestelde vragen over vriesganzen

Vriesganzen zijn ganzen die in de winter naar Nederland komen om te overwinteren. Ze komen vanuit het hoge noorden uit Scandinavië, Groenland of Siberië. Vroeger werd gedacht dat deze ganzen een voorbode waren voor vorst en vrieskou. Hier komt de term vriesgans vandaan.

Ganzen zijn overal te zien in de winter. Je ziet grote groepen ganzen op akkers en natuurgebieden zoals Yerseke Moer, Sint Laurense Weihoek en Het Verdronken Land van Saeftinghe.

Ganzen eten in de winter vooral eiwitrijke gras en oogstresten op landbouwgrond van graan en mais.