Geef weidevogels een toekomst
Ooit een weidevogelland
Nederland was ooit hét akker- en weidevogelland. Vroeger zag en hoorde je overal grutto’s, kieviten en veldleeuweriken in de polders. Door ruilverkaveling en intensieve landbouw is dat verleden tijd. Akker- en weidevogels vinden eigenlijk alleen nog maar plaats in natuurweiden. Gelukkig hebben we een aantal van die weidevogelgebieden zoals De Blikken bij Groede en de Sint Laurense Weihoek kunnen behouden voor deze kwetsbare vogelsoorten. Maar ook deze gebieden staan onder druk.
Wil je ons belangrijke werk steunen? Bekijk de mogelijkheden hier:
Meer informatie
Weidevogels onder druk
Doordat er nog maar weinig leefgebieden zijn, broeden er veel weidevogels geconcentreerd in kleine gebieden in plaats van verspreid over het hele land. Hier komen veel roofdieren zoals vossen, marters en verwilderde katten op af. Alle weidevogels broeden namelijk op de grond en zijn daardoor een makkelijke prooi. De roofdieren vinden in deze kleine gebieden een gedekte tafel.
Een tweede probleem voor deze vogels is de droogte. Steeds vaker is het voorjaar erg droog. Door de lange periodes van droogte wordt de grond te hard om er met hun snavel in te peuren op zoek naar eten en zijn er te weinig insecten voor de jonge vogels.
Weidevogels beschermen
In beide gebieden zijn er maatregelen genomen om de achteruitgang om te draaien. Allereerst is er een raster om het gebied gezet met gaas en stroomdraden op verschillende hoogtes. Dit houdt vossen en katten tegen. Daarnaast zijn er in de gebieden windmolens gezet, die in droge tijden water uit omringende sloten oppompen.
De Blikken
Al snel zagen we effect van de maatregelen. In de Blikken is in het eerste jaar het aantal broedende kluten gestegen van 19 naar 61 paar. En het belangrijkste? Er werden veel jonge vogels groot. Er liepen uiteindelijk meer dan 100 jonge kluten! Ook de kokmeeuw en de zwartkopmeeuw broeden plots weer in het gebied, nadat ze vijf jaar zijn weggeweest. En als kers op de taart broeden er vijf paartjes van de steltkluten.
Sint Laurense weihoek
In de Sint Laurense weihoek profiteert ook vooral de kluut van de windmolens. Tijdens droge zomers houden de molentjes delen van het gebied nat, terwijl andere plassen droogvallen. Door de maatregel hebben tientallen paren kluten hier succesvol kunnen broeden en hun jongen grootgebracht.
Ook andere weidevogelsoorten reageren positief op de genomen maatregelen. In beide gebieden laat de kievit de sterkste toename zien, maar ook grutto, veldleeuwerik en tureluur doen het opvallend goed. Dankzij het hogere waterpeil in de wintermaanden neemt bovendien het aantal overwinterende watervogels toe. Er verblijven in de wintermaanden honderden kieviten, wulpen, goudplevieren en watersnippen. Voor wintertaling, smient en brandgans is de Sint Laurense weihoek uitgegroeid tot een belangrijk gebied op Walcheren.