Casus Westerschelde
Hij groeide op aan de Oosterschelde, maar sinds hij zijn carrière op de HZ begon, verlegde hij zijn focus. “Door de jaren heen heb ik veel tijd doorgebracht op de Westerschelde,” vertelt hij. “Ik heb het vaak als casus gebruikt in het onderwijs en voer samen met studenten mee met het meetschip Argus van Rijkswaterstaat.”
Meer zuurstof
Hij zag de rivier langzaam veranderen. “Vóór 2007 had je plekken in Vlaanderen, bovenstrooms van Antwerpen, waar het zuurstofgehalte letterlijk nul was. Het water was pikzwart. Dode vissen dreven aan de oppervlakte.” De kentering kwam met het installeren van een moderne rioolwaterzuiveringsinstallatie in Brussel. “Sindsdien is het zuurstofgehalte beter op orde en is het water in de Schelde en Westerschelde aanzienlijk minder belast met organisch materiaal.”
De echte zorg van vandaag zijn de microverontreinigingen. Vooral de ‘cocktail’ van die stoffen baart me zorgen.
Cocktail van stoffen
Maar nieuwe uitdagingen dienen zich aan. “De echte zorg van vandaag zijn de schadelijke kleinere stoffen (de zogenaamde microverontreiniging) in het water. Vooral de ‘cocktail’ van die stoffen baart me zorgen,” zegt Heringa. “We spreken over microplastics, PFAS, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten en metalen zoals koper en cadmium. Individueel zijn ze al schadelijk, maar over de gecombineerde effecten weten we nog te weinig.”
Gelukkig zijn er steeds betere monitoringstechnieken. “De Westerschelde is inmiddels een van de best gemonitorde wateren ter wereld,” zegt Heringa. Dankzij geavanceerde technieken en historische meetreeksen kunnen onderzoekers steeds beter in kaart brengen wat er in het estuarium gebeurt.
Ecologisch herstel
Maar met monitoring alleen komen we er niet. Van cruciaal belang voor een schone Westerschelde is het voorkomen dat schadelijke stoffen in het water komen. Wat daarvoor nodig is? “Meer samenwerking. Niet alleen tussen instanties, maar tussen landen. Er zou één autoriteit moeten komen die over de hele Schelde beslissingen kan nemen – van bron tot monding.”
Naast het tegengaan van vervuiling is ook ecologisch herstel onmisbaar. “Dat begint bij ruimte geven aan de rivier,” stelt Heringa. “In Vlaanderen zijn overstromingsgebieden aangelegd, zoals bij Kruibeke, waar slib bezinkt en zich nieuwe natuur ontwikkelt. Dat is echt een eyeopener.” In Zeeland ligt nog een opgave om 2400 hectare nieuwe estuariene natuur te realiseren. De Hedwigepolder laat zien hoe snel dat kan gaan. “In korte tijd ontstond daar een waardevol slikken- en schorrengebied, een paradijs voor planten en dieren.”
Een natuurlijk estuarium
Heringa’s band met de Westerschelde is in de loop der jaren verdiept. “Ik fiets sinds een aantal jaren af en toe een rondje langs de Westerschelde, een route van 180 kilometer. Toen zag ik pas écht hoe mooi de Westerschelde en de natuur eromheen is. De dynamiek, het samenspel van zand en water. Het is nooit hetzelfde. En ook de combinatie van intensieve scheepvaart en natuur is natuurlijk uniek.”
En de toekomst? Die ziet Heringa hoopvol in: “Ik zie een estuarium dat steeds natuurlijker wordt. Minder lozingen, meer ruimte voor dynamiek en herstel. Daar moeten we naartoe.”
Dit artikel is eerder verschenen in ZEEUWS LANDSCHAP, zomer 2025