Zeeuws-Vlaanderen - Willem-Leopold polder

Onderstaand artikel (vrij vertaald) komt uit Zeeuws Landschap, nr. 2 2007 en is geschreven vijf jaar na aanleg van de Willem-Leopoldpolder. Auteur: plantenkenner en HZL-medewerker Awie de Zwart.

 

Het natuurontwikkelingsgebied de Willem-Leopoldpolder is onderdeel van de veel groter gelijknamige polder die zicht uitstrekt tot op Belgisch grondgebied. Het vormt de laatste inpoldering van de ooit zo machtige Zwingeul. Het grensoverschrijdende project, dat in 1873 werd voltooid, draagt sindsdien de naam van de beide staatshoofden.

Het ingerichte gebied is zo'n 40 hectare groot en bracht tot de recente eeuwwisseling nog tarwe, vlas en suikerbieten voort. Als onderdeel van de ecologische hoofdstructuur is het een verbindingsschakel tussen de Wallen van Retranchement aan de zuidkant en de Oudelandse polder en Kievittepolder aan de noordkant. Op termijn zal het een brug moeten slaan tussen beide gebieden. Een soort groene loper om bedreigde soorten uit hun isolement te halen. Te denken valt aan de overbekende boomkikker maar ook voor diverse zoogdieren, planten en vel kleine insecten is deze groene schakel een welkome aanwinst, voor sommigen zelfs van levensbelang.

 

De inrichtingswerken bestonden voor een belangrijk deel uit het verwijderen van de bemeste voedselrijke bouwvoor en het terugbrengen van oude kreeklopen in het landschap. Verder zijn er een flink aantal drinkputten gegraven en is hier en daar doornstruweel aangeplant. Sindsdien ontwikkelt het gebied zich binnen de aangebrachte kaders en ontstaat er langzaam maar zeker iets moois. Een dergelijk gebied leest in de beginfase als de eerste pagina's van een dik boek. Je heb nog geen idee welke richting het verhaal uit gaat, maar je hunkert voortdurend naar de volgende pagina. Iedere regel lever nieuwe informatie op. In de loop van het verhaal wordt de lijn steeds duidelijker en is er sprake van een ontwikkeling.

 

Meteen na de oplevering van het gebied is alles nog kaal. Op de uitgestrekte zanderige vlakten heeft de wind vrij spel. De goed gecamoufleerde eieren van de kleine plevier laten zich nauwelijks opmerken in het kale zand. Hier en daar melden zich in dit barre klimaat de eerste mossen. Nietig als ze zijn, weten ze het striemende zand te temmen door zich als een tapijt over de korrels te werpen. Het is ook een belangrijke stap naar de eerste hogere planten.

In de luwte achter de Wallen van Retranchement verschijnen in het eerste voorjaar miljoenen kiemplantjes van de echte kamille, om enige weken later de bodem te bedekken met een wit met gele deken. Een kleurenpallen dat nog wordt aan gevuld met het harde rood van de zeldzaam geworden ruige klaproos, het roomgeel van het akkerviooltje en het heldere blauwe van de kromhals. Op het permanent natte zand slaan duizenden wilgen en populieren op. Vooral de wilgen etaleren een rijk assortiment. Zeker acht verschillende soorten lieten zich al op naam brengen. Daarnaast nog vele tussenvormen die het gevolg zijn van onderlinge kruisingen en als zodanig niet te determineren zijn. Soms treffen we ook onverwachte gasten aan. Soorten die hier eigenlijk niet thuis horen, zoals de vlinderstruik. Het zijn die onverwacht dingen die het speuren naar beginnende natuurontwikkelingsgebieden zo aantrekkelijk maakt. Er duikt altijd wel iets raars op.

In het wat drogere zand verschijnen de eerste spontane duindoorn-, meidoorn- en rozenstruikjes. Al snel steken ze de aangeplante soortgenoten in de plantvakken de loef af.

 

De eerste soorten hebben inmiddels hun piketpaaltjes geslagen. Een van die voorbodes is de  gestreepte klaver. Met honderden tegelijk koloniseert dit zeldzame klavertje het geschikte gebied. Een andere bijzonderheid is de zomerbitterling, een zeldzame telg uit de gentianenfamilie. De geelbloeiende plant is, vermoedelijk door de klimaatverandering, bezig aan een opmars.

 

Het beheer van het gebied ligt voor een belangrijk deel in handen van de koeien. Slechts hier en daar wordt er met de maaimachine wat bijgestuurd. Het grootvee graast een groot deel van de vegetatie kort en open. Daarmee voorkomen zij dat de begroeiing verruigt en daardoor soortenarmer wordt. Daartoe is het wel van belang dat er voldoende koeien grazen. Een juiste begrazingsdruk waarbij consumptie en productie min of meer in evenwicht zijn. Een voldoende intensieve beweiding leidt dus tot een soortenrijke samenstelling van de vegetatie die zelfs het ontstaan van doornstruweel niet belemmert. Uiteindelijk zal er in de Willem-Leopoldpolder door deze vorm van begrazing een soort coulissenlandschap ontstaan. Een afwisselend golvend landschap met grazige vlakten en waterpartijen afgewisseld met struweel en kleine bosjes. Een rijk biotoop waarin veel soorten een thuis zullen vinden. 

 

De koeien kunnen ook op de wandelroute lopen. Zij kunnen onvoorspelbaar reageren op bezoekers. Laat hen daarom met rust, houd afstand, voer of aai de dieren niet en houd honden aan de lijn.

 
Het Zeeuwse Landschap is 1 van de 12 Landschappen