Zeeuws-Vlaanderen - Zwinweide
De Zwinweide ligt in de Willem-Leopoldpolder, een polder die deels op Nederlands en deels op Vlaams grondgebied ligt. Ze is aan het eind van de 19e eeuw ontstaan nadat een groot deel van het toenmalige Zwin door de Internationale zeedijk is afgedamd. Een flinke oppervlakte schor met geulen en zandplaten werd hierdoor afgesneden van het zeewater. Al snel na de inpoldering verzoette het gebied. De hogere delen konden in gebruik worden genomen als akkers maar de lager gelegen geulen waren hiervoor te nat. Deze gronden werden begraasd.
De natuur van de Zwinweide
In de Zwinweide vinden we op een betrekkelijk kleine oppervlakte (11 ha) een aantal uiteenlopende milieutypen dicht bij elkaar. Droge zandgronden liggen op de voormalige oeverwallen, vochtig zand waar de oude zijgeul van het Zwin liep. Van de oude geul is nog een restkreekje overgebleven dat wordt gevoed met zout kwelwater. Samen vormen deze elementen de basis voor een bijzonder en gevarieerd plantkundig mozaïek. In een smalle strook langs het zilte stroompje vinden we de bekende soorten van het schor. Bijzonder is de groeiplaats van lamsoor. Buitendijks een algemene verschijning maar binnendijks een grote zeldzaamheid. De vochtige, zoete laagten kleuren in het voorjaar prachtig paars van de orchideeën. De bekende rietorchis voert de boventoon, maar op een klein plekje houdt nog een tiental gevlekte orchissen stand. Een aantal jaar geleden is hier ook éénmalig de bijenorchis aangetroffen. Tussen al dit fraais groeit de addertong. Een eigenaardig klein varentje dat op het eerste gezicht weinig weg heeft van de varens zoals we die kennen. Een blad in de vorm van een tong van waar achter de bloeiwijze recht omhoog priemt.
De Zwinweideis van groot belang als groeiplaats van moeraspaardebloem. Deze kleine paardebloem met tegen de grond aangedrukte bloemen en een nagenoeg gaaf blad staat op de lijst van wereldwijd bedreigde plantensoorten. Op de droge en zandige oeverwal overheersen de klavertjes. Natuurlijk de bekende: rode, witte, kleine en liggende klaver. Maar hier groeit ook de zeer zeldzame gestreepte, ruwe en (soms) onderaardse klaver. Een vierde zeldzame klaver vinden we vooral onder de afrastering. Het is de kleine rupsklaver. Dit geel bloeiende klavertje groeit hier samen met onder meer het kandelaartje, ons kleinste vetplantje. Om de botanische rijkdom zo goed mogelijk te waarborgen gaan de koeien pas laat de wei in (1 juni).
Het vroege voorjaar is de tijd om de weidevogels van het gebied te horen en te zien, onder meer kieviten, tureluurs en veldleeuweriken. Om de plantengroei voor deze soorten open te houden, worden grazers ingezet, soms aangevuld met maaien.
Toegankelijkheid









