Zeeuws-Vlaanderen - Hooge Platen

In het westelijk deel van de Westerschelde, aan de zuidkant, liggen de Hooge Platen. Met laagwater is dit een aaneengesloten en uitgestrekt gebied van 1800 ha slik- en zandplaten. Met vloed loopt het gebied grotendeels onder. Alleen de Bol, een hoge zandplaat in het westelijk deel van het gebied, blijft bij gemiddeld hoogwater droog. Op de Bol bevinden zich belangrijke broedkolonies van zee- en kustvogels. Naast dwergsterns, visdiefjes en grote sterns broeden er kokmeeuwen, strandplevieren en kluten. De ten oosten van de Bol gelegen kilometerslange slikplaten zijn als voedselgebied voor vogels van groot belang. In de slikbodem leven veel wormen, schelpdieren en kreeftachtigen, waar tienduizenden steltlopers voor hun voedsel van afhankelijk zijn. Bovendien trekken met opkomend water scholen jonge vis de platen op om zich te goed te doen aan het plantaardige en dierlijke plankton. De Westerschelde vervult de functie van kinderkamer voor zeevis en deze voedselbron blijft voor zeevogels niet onopgemerkt. Vooral op plaatsen waar voedselrijk polderwater uitstroomt komen concentraties van futen, zaagbekken of sterns voor. In de nazomer verblijven in het gebied veel ruiende bergeenden. In de winter fungeren de platen als overnachtingsgebied voor wilde ganzen. Sinds 1993 worden er ook weer jaarlijks zeehonden gezien op de zandplaat ten westen van de Bol (in 2006 maximaal 25 stuks).

In de afgelopen dertig jaar is het natuurgebied de Hooge Platen uitgegroeid tot één van de belangrijkste broedplaatsen van dwergstern, visdief en grote stern in ons land. In 2008 nestelden er respectievelijk 250 paren, 1200 paren en 4400 paren. Deze sternsoorten zijn in binnen- en buitenland in hun voortbestaan bedreigd omdat de vispopulaties, die hun voedsel vormen, onder druk staan en omdat hun leefgebieden worden bedreigd. Sterns lijken op het eerste gezicht op meeuwen, maar ze zijn slanker en hun gedrag is anders. Het zijn trekvogels, die overwinteren aan de West-Afrikaanse kust en alleen naar de zee- en rivierstranden van Noord-Europa komen om er individueel of in kolonieverband te nestelen. Hun voorkeur gaat daarbij uit naar vlakke zand-, kiezel- of schelpenstranden, plaatselijk begroeid met lage duintjes of schorvegetaties. Ze kiezen veelal die plekjes uit die omgeven zijn door water en die dus maar met veel moeite te bereiken zijn. Zo weerhouden ze landroofdieren ervan hun broedplaatsen te plunderen en zijn ze altijd op korte vliegafstand van hun eigen voedselbronnen.

 

Toegankelijkheid


 

Het gebied is alleen per boot te bereiken. In het broedseizoen zijn de vogelkolonies en de omgeving ervan afgesloten. Medewerkers van Stichting Het Zeeuwse Landschap handhaven door middel van toezicht en voorlichting de rust in de broedperiode. Vanaf de zeedijk ter hoogte van Nummer Een, waar ook een observatiehut is geplaatst, is het gebied prima te overzien; de sterns zijn in april en mei met een noordelijke wind vanaf de wal te horen en de rustende zeehonden, ca. 20-30 ex. zijn tijdens laagwater bijna dagelijks waar te nemen.

 
Het Zeeuwse Landschap is 1 van de 12 Landschappen