Zeeuws-Vlaanderen - Verdronken Land van Saeftinghe
Het Verdronken Land van Saeftinghe is een uitgestrekt schorgebied in de Westerschelde. Het ligt hemelsbreed zo'n 50 kilometer van de monding. De Westerschelde is een menggebied van zeewater en rivierwater. Het water dat met vloed de schorgeulen binnenstroomt is dus brak. Met zijn 3200 hectare is Het Verdronken Land van Saeftinghe één van de belangrijkste en grootste schorgebieden van Nederland. Saeftinghe is bijzonder door zijn uitgestrektheid en zijn natuur, maar ook omdat het een beeld geeft van het Zeeuwse oerland: een land van slikken, platen, en schorren doorsneden met geulen. Zo kun je hier nog dagelijks zien hoe het hele deltalandschap gevormd is.
Het Verdronken Land van Saeftinghe heet niet voor niets zo. In de late middeleeuwen was het een gebied van welvarende polders. Door stormvloeden gingen in de 14e en de 16e eeuw grote stukken van het ingepolderde land verloren. In de 80-jarige oorlog werden ter verdediging van Antwerpen bovendien opzettelijk dijken doorgestoken, zodat het gebied met recht een gebied van verdronken land genoemd kon worden. Vanaf de 17e eeuw werd veel gebied weer op de zee heroverd. In 1907 vond de laatste inpoldering plaats; daarbij ontstond de Hertogin Hedwigepolder, die grenst aan het zuidoostelijke deel van Saeftinghe.
De natuur van Saeftinghe
De plantengroei op het schor weerspiegelt de invloed van het brakke vloedwater. Echt lepelblad is één van de bijzonderheden van Saeftinghe. Deze soort is kenmerkend voor brakke schorren en komt hier veel voor, samen met spiesmelde, gewone zoutmelde, zeeaster, heen, schorrezoutgras en strandkweek. In het oosten, waar de invloed van zoet water groter is, hebben zich verschillende rietvelden ontwikkeld. Saeftinghe is heel vogelrijk.
Er broeden duizenden kustvogels, zoals zilvermeeuwen en kokmeeuwen, visdiefjes en scholeksters. De rietvelden zijn belangrijke broedgebieden voor Rode Lijst soorten als baardmannetje, blauwborst, rietzanger en bruine kiekendief. In de nazomer verzamelen zich soms wel meer dan 100 bruine kiekendieven uit het deltagebied in Saeftinghe. In de loop van het najaar trekken de meeste daarvan naar het zuiden. Saeftinghe is voor veel doortrekkende en overwinterende vogels van belang als pleisterplaats. Van de ganzen is de grauwe gans de meest talrijke. Hiervan kunnen wel 50.000 exemplaren aanwezig zijn in het gebied. Daarnaast zijn het aantal smienten, bergeenden, pijlstaarten en lepelaars van internationale betekenis.
Er is een enthousiaste groep vogelaars aktief in dit natuurgebied. De vogeltellingen die regelmatig gedaan worden zijn te lezen op www.saeftinghe.be.
Lees hier meer over....
- de geschiedenis van dit natuurgebied.
- een beschrijving van dit natuurgebied.
- de planten die hier voorkomen.
Het Bezoekerscentrum Saeftinghe heeft een gevarieerde expositie met veel informatie over dit unieke natuurgebied en is tevens het punt van waaruit u het gebied kunt bezoeken.








