Zuid-Beveland - Yerseke Moer
2000 jaar geleden was de Yerseke moer nog een moerasgebied waarin zich veen vormde. Kort na het begin van de jaartelling overstroomde de zee het gebied en sneed kreken uit in het veen. Vlak langs de kreken werd zand afgezet en wat verderop klei.
Honderden jaren later, rond 1200, legden monniken een ringdijk rond het gebied en kon het land echt in gebruik genomen worden. Op de zandige kronkelige en vooral hoge en dus droge kreekruggen legden de bewoners wegen aan. Vlakbij de kreken, op de oeverwallen, zat het zoute veen diepe en konden er akkertjes en drinkputten worden gemaakt. Die akkertjes en de drinkputten zijn nog steeds zichtbaar.
Maar het duidelijkst is de mensen hand te zien in de lage natte delen. Want daar is turf (veen) gestoken. Veen was hier veel meer dan alleen brandstof. Het veen bevatte door de overstroming met zeewater immers zout en zout was in die tijd goud waard. Dankzij het zout bedierf immers het voedsel niet meer! Met zoveel ‘goud' in de grond ging de moernering (zo heet winning van zout uit veen) de eerste tijd nogal ongeorganiseerd. Vaak lag het veen een stukje onder de oppervlakte: de zee had immers klei afgezet. Die klei werd ‘even opzij gegooid' en later heel slordig weer teruggegooid. Het land ging letterlijk naar zijn moer: het werd vernield. Later werd de moernering aan regels gebonden. Er werd gemoerneerd per blok, recht stuk grond of op lange stroken. Deze vormen heten blokmoernering of strokenmoernering. Na verloop van tijd gebeurde er iets wonderlijks. Waar gegraven was kwam juist hoger te liggen, en waar niet gegraven was klonk in en kwam lager te liggen. Dat komt omdat veen inklinkt.
Flora en fauna
De historische landschapsstructuur is in de Yerseke Moer nog grotendeels bewaard gebleven. Dit bepaalt in belangrijke mate de aanwezige natuurwaarden. Het gebied is zeer vogelrijk. Vooral diverse weidevogels, zoals tureluur, kluut, kleine plevier en grutto zijn belangrijke broedvogels. Ook eenden, zoals de wintertaling en de slobeend broeden in flinke aantallen in het gebied. In de winter foerageren er in de Yerseke Moer duizenden ganzen. Naast de kolgans en de rotgans, kunnen ook de brandgans en de kleine rietgans af en toe worden aangetroffen.
Toegankelijkheid
Door het natuurgebied loopt een wandelroute. Deze is gemarkeerd met rood-gekopte paaltjes en is toegankelijk van 15 juli tot 1 november.
Onderweg geven tekstpaneeltjes uitleg. Tijdens het wandelen komt u wellicht vee (koeien) tegen. Laat hen met rust.
De route start aan het begin van de Reeweg, een zijweg van de Schelvrijwegeling die grenst aan de Kanaalweg.
Honden zijn niet toegestaan.
In het kader van het jubileum van Het Zeeuwse Landschap is een wandelroute uitgegeven rondom de Yerseke Moer, die jaarrond gelopen kan worden.
Klik hier voor deze wandelroute.
Lees hier het verhaal uit de PZC van 230808 over dit gebied.










