Zuid-Beveland - Westeindse Weel
De Westeindsche Weel is ontstaan in de zestiende eeuw. Een dijkdoorbraak op de plek waar een oude kreekloop lag veroorzaakte een grote plas. Het gebied bestaat uit een open waterplas, die via riet- en biezenvelden overgaat in laagliggend weiland. De laagste delen van het weiland hebben een sterk brak karakter. Er is een open, laagblijvende begroeiing van zoutplanten zoals kweldergras en zeekraal. Deze zilte plekken fungeren als broedgebied voor kluten en plevieren. Op de hoger gelegen delen broeden onder meer kievit, tureluur en gele kwikstaart.
Het gebied heeft een zelfstandige waterhuishouding - er hoeft geen rekening gehouden te worden met de ‘buren'. In het voorjaar wordt het water zoveel mogelijk in het gebied gehouden, zodat er foerageermogelijkheden ontstaan voor weidevogels en steltlopers. Veel voorkomende doortrekkers zijn o.a. goudplevier en watersnip. De graslanden worden vanaf eind-mei beweid met rundvee.
Toegankelijkheid









