Kustlaboratorium

Lees hier de projectbeschrijving van het kustlaboratorium.

 

Veelgestelde vragen

 

1. Waarop is Kustlaboratorium nou precies gebaseerd?

Kustlaboratorium brengt drie belangrijke elementen samen in één plan: kustveiligheid, duurzame voedselvoorziening (aquacultuur) en landschapsontwikkeling.

Kustveiligheid: Ons land heeft een mondiale reputatie opgebouwd door de Deltawerken. De nieuwe  uitdaging heet zeespiegelrijzing; die vraagt om nieuwe oplossingen.

Aquacultuur: Door overbevissing raken de zeeën leeg en neemt de biodiversiteit af. Aquacultuur zal van grote betekenis worden voor het duurzaam produceren van economisch waardevolle mariene soorten. Bestaande soorten kunnen dan overleven.

Landschap: Ontwikkelingen langs de Nederlandse kust mogen het landschap niet vernietigen. Zij kunnen beter worden opgenomen in een vernieuwd kustlandschap, waarin landschappelijke en ecologische kwaliteit gelijk opgaan met economische ontwikkeling en kustveiligheid.

 

2. Wat denkt u met Kustlaboratorium te bereiken?

Kustlaboratorium toont een nieuw, uitdagend concept voor een gebalanceerde en duurzame invulling van de kustzone: het geeft ecologie en economie letterlijk de ruimte, en schept waardevol landschap voor mens en natuur. Kustlaboratorium wordt de standaard voor een kustzone, waarin duurzaamheid van natuurlijke hulpbronnen en de balans tussen ecologie en economie centraal staat.

Het helpt Nederland internationaal een frontlijnpositie te behouden op het gebied van  kustveiligheid en integraal kustbeheer. Kustlaboratorium geeft vorm aan een nieuw waterkerend landschap.

En, een laatste en zeker niet de minste doelstelling, het laat in de praktijk zien dat er een waardevolle toekomst is voor samenwerkende  landbouw-, visserij- en natuursectoren.

 

3. Hoe nieuw is dit idee?

Het unieke van Kustlaboratorium is de combinatie van de nieuwste inzichten op het gebied van kustveiligheid, duurzame aquacultuur en natuur en landschap, met de daarbij behorende integrale aanpak en daarvoor benodigde samenwerking. Het is een vernieuwend kustlandschap dat voortbouwt op een historische vorm van de Zeeuwse kust (de inlaag). In het plan gaan landschap en ecologie gelijk op met economische ontwikkeling en kustveiligheid.

 

4. Wordt er voor Kustlaboratorium ontpolderd?

Het Zeeuwse Landschap is geen voorstander van verdere ontpoldering en Kustlaboratorium is dan ook alles behalve dat. Met Kustlaboratorium wordt een zoute polder gecreëerd, een modern soort inlaag. Het geheel wordt omgeven door dijken die aan de nieuwste inzichten op het gebied van kustveiligheid voldoen. Het voor aquacultuur benodigde zoute water wordt via een buisleiding aangevoerd. Met ontpoldering heeft Kustlaboratorium dus niets te maken.

 

5. Zeeuwen zijn toch tegen zout water in de polders?

We hopen en verwachten dat Kustlaboratorium laat zien dat zoute bodemcondities profijtelijk kunnen zijn. Het is immers sterk kostenbesparend als de aquacultuur zonder dure folies kan worden aangelegd, die nu worden gebruikt om te voorkomen dan het zout in de bodem komt.  Kustlaboratorium wordt zo ontworpen en  ingericht dat omliggende gronden geen last van zoutschade zullen hebben. Er komt een overgangszone naar de achterliggende landbouwgrond, in combinatie met een systeem van afwateringssloten en goed peilbeheer. Indien het om enige reden onmogelijk is om uit te gaan van een zoute polder, kan alsnog teruggevallen worden op de optie van een zoute polder met gebruik van folies in de aquacultuurbassins.

 

6. Gaat Het Zeeuwse Landschap zelf aan de slag met aquacultuur en dijkenbouw?

In Kustlaboratorium komt het tot een nauwe samenwerking tussen natuur, landbouw en visserij. Het Zeeuwse Landschap gaat niet op de stoel van de boer, mossel- of viskweker zitten. Wij zijn initiatiefnemer en richten ons op de ecologische en landschappelijke aspecten. Wij vinden het van groot belang dat er een duurzame vorm van aquacultuur komt. De intentie is om dit samen met de Stichting Zeeuwse Tong verder uit te werken en te realiseren. 

Datzelfde geldt voor ontwerp en aanleg van de dijken. Rijkswaterstaat is de aangewezen organisatie om de kustveiligheid te waarborgen en zal gevraagd worden om mee te denken met de otnwikkleing van het project.

 

7. In het plan is sprake van 'overslagbestendige' dijken. Wat betekent dat?

Een overslagbestendige dijk is een nieuw type dijk dat er tegen kan als er zeewater overheen slaat. Het grote gevaar bij stormvloeden is immers niet dat de dijk doorbreekt vanwege inbeukende golven. Een dijkdoorbraak wordt veroorzaakt door de overslag van zeewater, waardoor de dijk aan de binnenkant wordt verzwakt en dan kan breken. Een overslagbestendige dijk is daar juist op gebouwd, zodat dit risico veel kleiner is dan bij de huidige dijken. Het achterliggende gebied - de door een tweede waterkerende dijk omgeven aquacultuur- en natuurzone, die het achterliggende landbouwgebied beschermt tegen het zoute water -  zal bij zware stormen overslagwater krijgen. De optredende waterstand is afhankelijk van de gekozen hoogte van de dijk, de duur van de storm en de grootte van de polder. Bij de aangelegde golfoverslagbestendige dijk bij Fort Ellewoutsdijk is de te verwachten waterstand enkele decimeters eens in de 50 jaar tot 1 à 2 meter eens in de 100 tot 250 jaar.

De eerste, tevens golfoverslagbestendig uitgevoerde, dijk en de tweede waterkerende dijk zijn zo hoog, dat bij de maatgevende storm -  en dat is nu met een kans  van eens per 4000jr - de dijk niet door de dan heersende buitenwaterstand wordt overspoeld. Er zal hoogstens wat water overheen gaan, veroorzaakt door golfoploop. Die beperkte hoeveelheid overslaand water wordt geborgen tussen de eerste en tweede dijk. Met de hoogte, breedte en golfoverslagbestendigheidsgraad van de tweede en evt. derde dijk kan worden gevarieerd, net naar gelang hoe robuust/doorbraakvrij de gehele waterkeringszone gemaakt wordt. Ook is van belang voor de te kiezen hoogte hoeveel overslaand water geborgen kan worden tussen de dijken. Het essentiële punt is dus dat de maatgevende buitenwaterstand bij de maatgevende storm altijd wordt gekeerd, plus tot op zekere (te kiezen) hoogte de golfoploop. De eerste dijk  - en zeker het systeem van meerdere dijken - is dan zo goed als zeker doorbraakvrij.

 

8. Waar komt Kustlaboratorium?

Er is nog geen locatie. Uitgangspunt voor de keuze zijn de ‘kansenkaart' voor binnendijkse aquacultuur, zoals opgenomen in het Omgevingsplan Zeeland 2006-2012, en de bereidheid van gemeenten om mee te werken.

Zowel locaties langs de Oosterschelde als de Westerschelde komen in aanmerking, zij het dat Oosterscheldewater het dichtst de kwaliteit van zeewater benadert en het meest geschikt is voor de kweek van mariene organismen.

 

9. Hoe groot wordt die ‘moderne inlaag'?

We denken aan een gebied van ca 50 hectare; dat is de minimale omvang om aan alle doelstellingen te voldoen.

 

10. In deze tijd wordt er in alle sectoren volop bezuinigd. Is Het Zeeuwse Landschap met de bijdrage van de Nationale Postcode Loterij nou in één keer uit de financiële zorgen?

De bijdrage van de Nationale Postcode Loterij is gelabeld geld: het is alleen bestemd  voor  de uitvoering van het Kustlaboratorium. Zonder die bijdrage kan Het Zeeuwse Landschap een project van deze omvang nooit uitvoeren. 

Voor de overige taken wordt Het Zeeuwse Landschap voor een belangrijk deel gefinancierd door de overheid en zal dus ongetwijfeld worden geconfronteerd met bezuinigingen.

 

 
Het Zeeuwse Landschap is 1 van de 12 Landschappen